Onderwijs

Alle uitgangspunten van één moeten de basis vormen voor het onderwijs: daar ligt de voedingsbodem voor de toekomst van Nederland. De uitgangspunten van één zouden we daar in terug moeten vinden of zouden eraan ten grondslag moeten liggen. We zeggen bewust “zouden” omdat dit in verreweg de meeste gevallen niet het geval is.

Het onderwijs staat zeer in de belangstelling nu er landelijk getwijfeld wordt aan de kwaliteit, met name de kwaliteit van leraren staat ter discussie. Er zijn veel gedrags- en motivatie problemen en er is geen overeenstemming over de leerdoelen; met name de vraag of het gaat om kennis of vaardigheden. Ook bestaat er een grote zorg over het dreigende lerarentekort.

Moeten we het nog hebben over het percentage spijbelaars en vroegtijdige schoolverlaters, over het aantal recidieven bij jeugddelinquenten, over de problemen van allochtone jongeren? Of weten we het wel en is er geen reden meer om te onderzoeken en te registreren alléén, maar wordt het tijd om iets te doen. Datgene doen dat we al te lang voor lief hebben genomen: duurzaam opvoeden en ontwikkelen! We moeten de taak van het onderwijs verleggen van het aanbieden van goed en zorgvuldige samengestelde curricula, naar het uiterste halen uit het aanwezige, beschikbare ontwikkelingspotentieel.

In het onderwijs praten we inmiddels heel veel over competenties, talentontwikkeling, het aansluiten op de belevingswereld en het kennisniveau van de kinderen. Toch zijn intussen sturing, controle, accreditatie, uniformering, resultaat- en productgerichtheid de heersende parameters. We hebben constructen ontworpen en in stand gehouden, om menselijk gedrag meetbaar te maken. Letterlijk: constructen als het IQ zijn tegenwoordig onontkoombaar.

Het is moeilijk te begrijpen dat de Nederlandse politiek volhoudt dat onderwijs belangrijk is en hoog op de agenda staat: per leerling besteden we het minste aantal euro’s afgezet tegen het BNP in heel Europa! Er moet geld bij en dus moet er meer aandacht komen. Hogere salarissen voor leraren is 1 ding, maar het gaat ook om de opleidingen. Deze hebben veel en veel meer aandacht en geld nodig. We verschuilen ons achter de zogenaamde goede resultaten van het onderwijs in Nederland (pisa-onderzoeken). We vergeten daarbij gemakshalve te bedenken dat ons huidige systeem op basis van selectie op jonge leeftijd is ingesteld en dat de onderbouw van ons schoolsysteem niet wordt meegenomen in de pisa-metingen. Die goede resultaten zeggen dus niets over ons onderwijs als geheel.

Onderwijs moet op de agenda want het is een spin in het web.

Onderwijs staat aan de basis van onze samenleving. Alle kinderen tussen 4 en 16/18 gaan dagelijks naar school. De doelstelling van scholen moet liggen bij het maximaliseren van talentontwikkeling: om zodoende de kennis- en diensteneconomie meer kans te geven, als compensatie voor de vergrijzing en als verbetering van de concurrentiepositie. Leerlingen die worden aangesproken op hun talent vertonen minder of geen gedrags- en motivatieproblemen; hetgeen schooluitval, werkloosheid en uiteindelijk ook criminaliteit tegengaat en dus de veiligheid bevordert. Het lijkt allemaal zo simpel. Waarom DOEN we het dan niet?

Huidige onderwijs is over zijn houdbaarheidsdatum heen

Het onderwijs was zo slecht nog niet”, hoor je van veel volwassenen. Dit klopt. Het onderwijssysteem zoals volwassenen dit uit hun jeugd kennen vindt zijn oorsprong in de 19e, ja, de 19e eeuw. Gedurende de industrialisatie, waarbij de opbouw van de welvaartsstaat vroeg om grote aantallen in het arbeidsproces, de samenleving minder complex was en kennis in veel mindere mate voor iedereen beschikbaar was, voldeed dat systeem ook. Standaard curricula en schaalgrootte waren gerechtvaardigd. Het is echter onmiskenbaar dat de ‘lopende band’ die zo werd gecreëerd onrecht deed én doet aan al diegenen die niet in de middenmoot vallen: hierdoor nam ook de uitdaging voor het leraarschap af en daarmee trok het een andere categorie mensen aan. De tijd waarin we nu leven vraagt om een andere benadering. Het kennisbegrip is veranderd en de context is veranderd. Er is creativiteit nodig en een systeem dat een levenlang leren stimuleert, mogelijk maakt en vanzelfsprekend maakt. We moeten de wezenlijke vragen durven stellen. Een parlementair onderzoek naar het zogenaamde Nieuwe Leren is niet afdoende.

Goed onderwijs begint bij leraar – leerling interactie

Om te beginnen draait het allemaal om de leraar – leerling interactie. We weten allemaal dat we met goede leraren een heel eind zouden komen. Dit impliceert dat we nu geen goede leraren zouden hebben. Dat is natuurlijk onzin. Maar we zetten ze niet goed in. Als de leraar meer autonomie krijgt, standaarden niet als leidend maar als steunbron kan beschouwen, en de ambitie van zijn opdracht wordt opgevoerd, namelijk met het maximaliseren van talentontwikkeling, dan ontstaat vanzelf een aantrekkingskracht op de leraren die we nodig hebben. Finland is daar een uitstekend voorbeeld van waarbij 12% van de begroting naar onderwijs gaat. In Finland genieten de leerkrachten een heel hoge maatschappelijke waardering, ook vanwege hun leerlingen. Achter het Finse onderwijs zit een maatschappelijk project dat wordt gedragen door de hele maatschappij: “het potentieel van élke jongere maximaal ontwikkelen, schooljaar na schooljaar”.

Bovendien kunnen we de intensiteit van leraar – leerling interactie sterk verhogen door studenten en mensen uit het bedrijfsleven in te zetten om de leraar bij te staan. Dit draagt ook bij aan de oplossing tegen het leraren tekort. Het onderwijs wordt daarmee een verantwoordelijkheid van de publieke én private sector. Gedragen door de samenleving dus: de school als schoolvoorbeeld van de Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

De leerling moet het uitgangspunt zijn: de opdracht is het maximaal ontwikkelen van het talent van die leerling in de tijd die de leerling daarvoor nodig heeft. De leerling moet zich steeds uitgedaagd voelen. We moeten verschillen aanvaarden en gebruik maken van juist de sterke kanten. Dat vereist onderwijs op maat. We moeten de lopende band verlaten en ons weer richten op het individu. Daarbij mag de leraar best verantwoordelijkheid overdragen (in meer of mindere mate) op de leerling zelf.

Scholen moeten (model) staan voor maatschappelijk verantwoord ondernemen

één ziet scholen als model voor de maatschappelijk verantwoorde onderneming. Welke andere organisatie draagt meer direct bij aan de ontwikkeling van de samenleving? Scholen moeten zich dan ook bewust zijn van de rol die zij spelen in hun omgeving en zich aldus legitimeren naar ouders, leerlingen, bedrijfsleven, overheid en zichzelf. De school mag niet los staan van de samenleving.

Het afstappen van standaarden door af te wijken van de lopende band klinkt aardig natuurlijk. Maar het betekent ook dat scholen de kennis en ervaring moeten hebben zichzelf te beoordelen en te verbeteren waar nodig. De school als zelflerende organisatie – je zou bijna denken een pleonasme; toch verdient dit punt veel aandacht tijdens de scholing van leraren en schoolleiders. Behalve de noodzaak kennis op te doen binnen de scholen zelf, zullen scholen ingericht moeten zijn om in de pas te blijven met de snelle ontwikkelingen in de maatschappij. Wij verwachten dat de scholen in de steden naar een brede schoolconcept moeten groeien. De nieuwe scholen waar kinderen tot één7 uur kunnen verblijven met warme maaltijden en waar ze sport en muziek kunnen uitoefenen.

Uitgangspunten één komen terug in goed onderwijs

Het zal duidelijk zijn waarom we zeggen dat onderwijs voor ons een centrale rol speelt. We staan voor talentontwikkeling en een maximale benutting daarvan; dat hebben we nodig, dat kan niet vaak genoeg gezegd worden. Daar is autonomie voor nodig, eigen verantwoordelijkheid, een leve lang leren. Idealisme komt terug in de overtuiging dat we uit moeten gaan van juist de sterke kanten van het individu én de samenleving. Daar is durf voor nodig. De vele gezichten die we hebben, hoeven we niet te zien als belemmering en probleem maar kunnen we begrijpen, accepteren en beschouwen als een kans. En tenslotte: de school als open instelling, rolmodel voor de complexe samenleving en voorbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen. We vertrouwen ons kostbaarste bezit aan scholen!

Concrete acties één in onderwijs:

Kern van de één-visie op onderwijs is dat de ontwikkeling van de leerling het uitgangspunt moet zijn: de opdracht is het maximaal ontwikkelen van het talent van die leerling in de tijd die de leerling daarvoor nodig heeft. De leerling moet steeds worden uitgedaagd. We moeten verschillen aanvaarden en juist gebruik maken van de sterke kanten. Het gaat om kennis én vaardigheden én opvoeden.

Daarbij zal één zich zo veel mogelijk rechtstreeks wenden tot leraren en ouders. Wij gaan dus voorbij aan de verstikkende politiek, de juridische cultuur. Wij spreken leraren aan op hun motivatie en professionaliteit met als doel het leraarschap te prijzen in de huidige samenleving.

Alle beslissingen zouden worden getoetst aan het criterium dat het belang van leraar en de ontwikkeling van de leerling gediend moet zijn.

Doelstelling onderwijs: opleiden, inspireren, activeren

Idee

Maximaal tot ontwikkeling laten komen van talent

Consequentie

(Belangen van) leraren en leerlingen staan centraal en NIET het curriculum

Acties

  • Niveau lerarenopleidingen omhoog

  • Autonomie bij leraar (= uitdaging = aanzien)

  • School als lerende organisatie

Idee

Scholen in de samenleving plaatsen

Consequentie

Van gesloten curriculum en school naar open systeem

Acties

  • Meer interactie tussen school en omgeving

  • Introduceren van en inspireren tot Dutch Dream

  • Zij-instromers (kennisdragers, experts, enthousiastelingen) bevorderen