één is een open community met een dynamisch, issue-driven programma. Kwalificaties als ‘links’ of ‘rechts’ en ‘progressief’ of ‘conservatief’ passen niet bij ons omdat stereotyperen en mensen of verschijnselen in hokjes plaatsen behoort tot vorige generaties. De wereld is nu te pluriform en te intercultureel voor dat soort simplificaties.
Wij komen van buiten de gevestigde politieke orde en kunnen daarom op een frisse, eigentijdse en vernieuwende manier ons werk gaan doen. We zijn daarom ook niet gedreven door het dienen van belangen, maar door het streven naar onze idealen.
Organisatievorm
één is een open community partij en communiceert via passende media. Wij maken gebruik van moderne communicatiemiddelen zoals Hyves, LinkedIn, YouTube, virale webacties e.d
Communicatie met de mensen in het land
-
We willen mensen raken, inspireren, motiveren, vertrouwen geven en hen meer laten geloven in zichzelf.
- We willen bijgevolg meer geïntegreerd zijn in de samenleving (niet alleen in verkiezingstijd) in plaats van enkel in de Haagse circuits. We willen meer leren van en over de burger dan wat we leren van collega politici. Daarom zijn onze ‘fractiekamers’ niet op het Binnenhof maar in de centra van de grote steden. Onze werkruimten zien er uit als grand cafés en iedereen kan er binnen lopen. In steden en dorpen organiseren we politieke cafés voor een Meet & Greet met één. Mensen kunnen hun droom voor Nederland berichten in een elevator pitch, de beste ideeën worden opgenomen in onze inhoud wikipedia.
-
De teksten van onze plannen zijn kort en krachtig (een paar A4-tjes, geen dikke rapporten) en waar dat kan communiceren we met beelden (ons programma heeft de vorm van een glossy). We blijven spreken en schrijven in gewone taal.
- In onze communicatie met andere partijen en bewegingen leggen we eerst de nadruk op waar we het wel met hen eens zijn. Dat biedt meer kans op dialoog in plaats van gevechten in de politieke arena
Web-based participatieve programmaontwikkeling
We maken onderscheid in top-down issues (één bepaalt wat, community bepaalt hoe) en bottom-up issues (community bepaalt wat en hoe):
- Top-down issues gaan over resultaten (= wat) die één op een zeker moment wil bereiken. Dit zijn de programmapunten die de identiteit bepalen van de beweging. Web-based wordt aan de maatschappij gevraagd mee te denken over hoe die resultaten gerealiseerd kunnen worden. Anders gezegd: één bepaalt de doelen, de samenleving wordt gevraagd strategieën en scenario’s te bedenken om die doelen te bereiken.
- Bottom-up issues gaan over issues waarvan de maatschappij vindt dat één zich ervoor sterk moet maakt. Web-based wordt gevraagd de bottom-up issues te definiëren (= wat), daarna kan er digitaal worden gestemd op de voorgestelde issues en vervolgens wordt de community gevraagd om voor de gekozen top-5 of top-10 issues strategieën en scenario’s te bedenken (= hoe).
Kerndoelen van één
Het hoe vraagt van één dat wij op eenzelfde lijn zitten wat betreft de kern van de zaak, het wat. Daartoe dient de onderstaande conceptlijst met de 8 kernresultaten die één wil bereiken.
Wil een geïnteresseerde gedetailleerd kennis nemen van de specifieke ‘ins & outs’ van een bepaald punt, dan kan hij/zij zich wenden tot de betreffende specialist in de fractie.
één. Onze kernwaarden:
Verbinding, positiviteit, duurzaamheid, respect en verantwoordelijkheid zijn de kernwaarden van Nederland geworden.
Positiviteit en idealisme: het kan wel anders én beter dan het nu is want een mooiere wereld is haalbaar. Iedereen kan bijdragen, want er is immers niemand zonder talenten. We denken positief en we handelen positief en pro-actief. Dit idealisme is het cement van één. Voor angstig gedrag en slachtoffergedrag hebben we weinig tolerantie;
Verbinding: tussen biculturelen en autochtonen, tussen arme en rijke milieus, tussen economie en cultuur, tussen geld en geluk;
Ondernemerschap: de historische kracht van de Nederlandse samenleving. Iedereen heeft talenten die verder ontwikkeld en ingezet kunnen worden.
2. Diversiteit:
Veel meer vrouwen, jongeren en biculturelen doen enthousiast mee aan het arbeidsproces en aan de inrichting en besturing van de samenleving.
Nu doen zij nog niet zo hard mee in de politiek, terwijl hun opvattingen over het algemeen als sociaal en duurzaam worden beschouwd. Stimuleringsmaatregelen hebben de participatie ernstig verhoogd, (langer zwangerschaps- en ouderschapsverlof, meer flexibele werktijden, ouderen in zorgfuncties e.d).
Het subsidiëren van achterstanden is afgebouwd. In plaats daarvan is het effectief en efficiënt faciliteren van kansen en mogelijkheden sterk verbeterd. Er zijn stoere programma’s (i.t.t. knuffelprogramma’s) ontwikkeld en uitgevoerd om de kwantitatieve achterstanden in arbeidsparticipatie van genoemde doelgroepen in te lopen.
3. Participatie:
Iedereen heeft talenten die ingezet kunnen worden; niemand zit op de reservebank.
-
Iedereen erkent en herkent de eigen verantwoordelijkheid voor de eigen talentontwikkeling.
-
Uitgangspunt is dat iedereen te vertrouwen is, tot het tegendeel bewezen is.
-
Eigen verantwoordelijkheid, talent en ondernemerschap worden compromisloos gestimuleerd.
-
Iedereen die een uitkering krijgt, vervult ook een sociale plicht.
-
Radicalisering en probleem-biculturelen worden stevig aangepakt.
4. Verhouding privaat – publiek:
Er is meer ondernemersruimte gekomen voor het bedrijfsleven en de publieke sector is een stuk kleiner en slagvaardiger geworden.
-
Maar nationaal is geregeld en gefinancierd: het onderwijs, de gezondheidszorg, het openbaar vervoer, veiligheid en de water- en energievoorziening.
-
De overheid neemt vaker specifieke maatregelen (die gelden voor bepaalde groepen en plaatsen) dan generieke maatregelen (die gelden overal en voor iedereen).
-
Ze voert actiegericht en nuchter gemaakte plannen uit waarvan de resultaten concreet meetbaar zijn.
-
Het openbaar bestuur is een verbindend (in plaats van een polariserend en verkokerd) bestuur geworden en geeft er voortdurend blijk van te vertrouwen in de burgers en in haar eigen ambtenaren; controles op controles zijn tot een absoluut minimum beperkt.
-
Het klimaat voor ondernemerschap behoort tot de 3 beste van Europa; de Dutch Dream is een begrip geworden.
-
Duurzaam en ‘groen’ produceren zijn in de private sector vanzelfsprekende en serieuze strategische issues geworden.
5. Onderwijs:
De rust en de discipline zijn weer terug in het onderwijs. Onderwijs wordt beschouwd als de belangrijkste factor voor de kwaliteit van de economische en sociaal-culturele ontwikkeling van ons land.
- Er is meer waardering, materieel en immaterieel voor leraren.
-
Maximale differentiatie in leerwegen en doorlooptijden is gerealiseerd: “Ieder zijn eigen school!”.
-
Het hebben van ambities en het willen scoren zijn gemeengoed geworden: we zijn van een 6-jes cultuur naar een 9-mentaliteit gegaan.
-
Meer samenwerking tussen scholen en bedrijven is gerealiseerd door het oprichten van faciliteiten waar werken en leren gecombineerd wordt. Het (V)MBO vervult daarin een voortrekkersrol.
-
Een gratis mid-life studie voor professionals die werken met snel verouderende kennis (medisch specialisten, bètaprofessionals e.d.) is in overleg met de diverse beroepsverenigingen ingericht. Het volgen van die studie is nodig voor behoud van het beroepscertificaat.
6. Gezondheidzorg:
Cliënten en zorgverleners zijn weer in de lead!
- De functie van intermediairs, verzekeraars, indicatieorganen en toezichthouders is gerationaliseerd en ontbureaucratiseert.
-
We zijn van een zorg inkopende verzekeraar naar een zorg inkopende patiënt gegaan.
-
Er is meer waardering, materieel en immaterieel voor verpleegkundigen en verzorgenden.
7 Internationaal:
Nederland is een open, stabiele en betrokken samenleving.
-
Er is een nationaal businessplan om internationaal te kapitaliseren op twee van Nederlands sterkste kerncompetenties: watermanagement en voedseltechnologie.
-
Overheid en bedrijfsleven voelen zich samen verantwoordelijk voor een meer rechtvaardige verdeling van voorraden op het gebied van energie, water, landbouwproducten, grondstoffen en ruimte.
- We voelen ons verantwoordelijk voor het oplossen van de voedselproblematiek in de wereld. In plaats van geld te geven aan arme landen, werken we met hen samen en stimuleren we hen om op eigen benen te staan. Die samenwerking is ook een voorwaarde voor het bewaren van vrede onder de wereldburgers; zonder veiligheid immers maar beperkte vooruitgang.
-
Beschermingsconstructies zijn ingevoerd die het buitenlandse investeerders moeilijk maken om Nederlandse multinationals (industrieel erfgoed) over te nemen. Het Rijnlandse business model heeft het Anglo-Amerikaanse verdrongen.
-
Ten opzichte van 2009 zijn we nu (= 5 jaar later) meer gericht op Azië (China, India) en minder op Amerika.
8 Welvaart en welzijn:
- Mensen hebben idealen en die worden serieus genomen. Uitgangspunt bij elk ideaal is: het kan wél!
-
Kinderen uit lagere sociale klassen krijgen aandacht en er wordt in hen geïnvesteerd: kansrijke burgers coachen jonge kinderen uit die klassen waardoor er voor hen nieuwe deuren opengaan.
————————————————————————————————————-
Wat heeft één bereikt over 4 jaar?
- Onze kernwaarden: verbinding, positiviteit, verantwoordelijkheid, duurzaamheid en respect zijn de kernwaarden van Nederland geworden.
- Diversiteit: Veel meer vrouwen, jongeren en biculturelen doen enthousiast mee aan het arbeidsproces en aan de besturing van de samenleving.
- Participatie: Niemand zit op de reservebank. Iedereen heeft talenten die ingezet kunnen worden.
- Verhouding privaat – publiek: Er is meer ondernemersruimte gekomen voor het bedrijfsleven en de overheid is kleiner en slagvaardiger geworden.
- Onderwijs: De rust en de discipline zijn weer terug in het onderwijs. Er is meer waardering, materieel en immaterieel voor leraren.
- Gezondheidzorg: Cliënten en zorgverleners zijn weer in de lead! Er is meer waardering, materieel en immaterieel voor verpleegkundigen en verzorgenden.
- Internationaal: Nederland is een open, stabiele en betrokken samenleving die streeft naar een rechtvaardige verdeling van de welvaart.



