Klimaat- en Milieunotitie: Duurzaamheid als leidend principe aangepast 4 juni 2010
Hiermee bedoelen wij dat wat wij doen en ondernemen ten dienste moet staan van mens, dier en milieu.
Voorbeeld: bij het vraagstuk over kernenergie betekent dat wij dit geen optie vinden zolang de productie van kernenergie en de opslag van kernafval een potentieel risico van een nucleaire ramp met zich meebrengt.
Ten eerste is het belangrijk een helder onderscheid te maken tussen enerzijds klimaatproblematiek en anderzijds milieuproblematiek (hoewel deze zaken uiteraard gerelateerd zijn). Met klimaatproblematiek bedoelen we de problemen die betrekking hebben op het klimaat op aarde. Denk bijvoorbeeld aan de opwarming. Deze problematiek is globaal. Met milieuproblematiek bedoelen we problemen die op lokale schaal effect hebben. Denk bijvoorbeeld aan vervuiling, overbevissing of kap van het tropisch regenwoud.Uiteraard hebben klimaat- en milieuproblematiek raakvlakken en overlappen ze elkaar deels. Bijvoorbeeld de ijsbeer die door de opwarming met uitsterven wordt bedreigd.
Klimaatproblematiek
De huidige consensus is dat de klimaatverandering door de opwarming van de aarde voor (een groot deel) het gevolg is van menselijk handelen door uitstoot van broeikasgassen zoals CO2. Om deze reden is het een goede zaak de CO2-uitstoot te beperken. Echter, het is een feit dat enerzijds olie- en gasrijke landen hun natuurlijke rijkdommen niet graag op zullen geven en dat anderzijds opkomende economieën niet warm lopen voor dure beperkende maatregelen. Met andere woorden, gezien de mondiale impact van de CO2-uitstoot is het de meest zinnige strategie om als Nederland of als Europese Unie in pas met of hooguit een stap voor op andere landen te lopen. Uiteraard spreekt het voor zich dat een stimulerende ofwel aanjagende rol voor Nederland en de EU in het klimaatdebat een goede insteek is.
Beter is het om duurzaamheid als leidend principe te nemen. Vroeg of laat zullen de beschikbare olie-, kolen- en gasvoorraden opraken. Vanaf dat moment zullen we onze volledige energievoorziening op alternatieve wijze moeten laten verlopen: energie uit kernfusie of kernsplijting, zonnecellen, windmolens, getijdenwerking, bioafval, etc. Aangezien de totale natuurlijk kracht aan energie (in diverse vormen: zonnewarmte, wind, waterstroming, etc.) zelfs in Nederland een paar honderd maal van het huidige verbruik bedraagt, zijn de mogelijkheden in principe oneindig.
Noodzaak is om ons voor te bereiden op deze onvermijdelijke energieverandering. Dit moet ten eerste gedaan worden door stevig te investeren in onderzoek naar en ontwikkeling van het gebruik van alle alternatieve energiebronnen die al voorhanden zijn. Dit vereist een stevige investering, maar deze zal zich op de lange termijn terugbetalen: door het feit dat deze energiebronnen op den duur goedkoper zullen zijn dan het schaarse olie en gas en door verkoop/export van onze ontwikkelde technologieën.
Ten tweede moet dit gedaan worden door het gebruik van alternatieve energiebronnen te stimuleren. Een effectieve manier om dit voor mekaar te krijgen is het verbinden van een prijskaartje aan het uitstoten van CO2: de CO2-emissie-rechten en handel daarin. Dus wel CO2-maatregelen, maar met een andere insteek.
Uiteraard zal de energieovergang uiteindelijk ook leiden tot een vermindering van de CO2-uitstoot. Een andere wijze om tot vermindering van de CO2-uitstoot te komen is het afvangen van de CO2 bij de uitstoot zelf, gevolgd door bijvoorbeeld (ondergrondse) opslag. Aangezien dit ook (naast het stimuleren van de energieovergang) bijzonder kapitaalintensief is, kan de overheid voor de keuze tussen een van beide mogelijkheden komen te staan. De voorkeur gaat hierbij uit naar het stimuleren van de energieovergang. Daarnaast verdient het aanbeveling om (goedkope) alternatieven voor CO2-afvang nader te onderzoeken.
Naast het stimuleren van de energieovergang, zouden we ook de ontwikkeling van energiebesparende maatregelen en technologieën moeten stimuleren. Ook dit zal zichzelf op den duur terugverdienen: enerzijds door een verminderd energieverbruik, anderzijds opnieuw door verkoop/export van ontwikkelde technologieën. Het uitdenken en implementeren van maatregelen die industrie en consumenten tot besparingen aanzetten, heeft hierbij onze voorkeur.
Sommigen zijn van mening dat de opwarming van de aarde ons ook vele economische voordelen biedt zoals de lagere stookkosten, netto toename van het beschikbare landbouwgrond met een aantal miljoenen vierkante kilometers, en (als de Noordpool smelt) nieuwe beschikbare olie- en gasvelden en een aanzienlijk kortere handelsroute met Azië.
Ons uitgangspunt blijft dat alles ten dienste moet staan van mens, dier en milieu – dat is de toets.
Milieuproblematiek
De milieuproblematiek kunnen we in twee categorieën onderverdelen. Enerzijds ook het gebruik van de ons beschikbare natuurlijke bronnen, maar nu in dierlijk of plantaardig levende vorm. Anderzijds de problematiek van de milieuvervuiling.
Wat milieuvervuiling betreft zijn in de afgelopen decennia in Nederland en West-Europa grote sprongen voorwaarts gemaakt. Het is belangrijk om op deze manier door te gaan. Deze dingen moeten grotendeels in lokaal verband geregeld worden: nationaal en hoogstens in overleg met buurlanden.
Wat het gebruik van de beschikbare levende natuurlijke bronnen betreft, dient ook hier duurzaamheid het leidende principe te zijn. Doorgaan op de huidige manier leidt bijvoorbeeld tot het leegvissen van de zeeën, het uitsterven van allerlei diersoorten en de vernietiging van het tropisch regenwoud (die overigens voor de stabiliteit van het klimaat op aarde van groot belang zijn). Ook op dit gebied dienen Nederland en de Europese Unie zich sterk te maken voor het duurzaam gebruiken van de beschikbare natuurlijke bronnen, en hierin een voortrekkersrol te nemen. Van beperking van de visvangst tot duurzaam gebruik van de bossen. Het is onvermijdelijk deze zaken in een wereldwijd overleg aan te pakken.
Tijd voor het aankondigen van dé kans voor Nederland: ons land kan mede door haar bijzondere geschiedenis en aanwezige talenten een oplossing bieden voor het energievraagstuk van de wereld. Daarmee kan werkgelegenheid, onderwijs, economische groei, duurzaamheid en integratie in eigen land enorm gestimuleerd worden. Iedereen is speler op de markt.
Het energievraagstuk
Energie is elektriciteit, warmte en brandstof voor vervoermiddelen. Het wereld energievraagstuk heeft drie belangrijke aspecten: spanning tussen vraag en aanbod, uitstoot van onder meer fijnstof en uitstoot van CO2.
-
Het Nederlandse aardgas is op in 2030. Als de economieën van China en India in het zelfde tempo blijven groeien, wordt energie in de hele wereld een zeer schaars goed. Dit betekent oorlog. De olieprijs stijgt tot ongekende hoogtes en voedsel wordt onbetaalbaar. Maar ook betekent dit kansen: de prijs die voor duurzame energie betaald gaat worden, wordt ook hoger, dus fabrieken van energie-opwekkende apparatuur zoals zonnepanelen en windmolens worden steeds rendabeler. Dit levert werkgelegenheid op, zoals in Duitsland waar reeds 250.000 mensen werken in de zonnepanelen industrie.
-
Bij gebruik van fossiele energie wordt onder meer fijnstof uitgestoten, dit is vooral een probleem in de steden waar mensen korter leven en kinderen een kleinere longinhoud krijgen.
-
Ten slotte wordt CO2 uitgestoten, dat zorgt voor een verandering in het klimaat. Er worden miljoenen klimaatvluchtelingen en uitstervende diersoorten verwacht als er geen einde komt aan de CO2 groei.
Strategie
Met onderstaande strategie wordt het wereld energievraagstuk opgelost in 2040, het Nederlandse integratievraagstuk in 2020 en de economie en de werkgelegenheid zullen weer in volle vaart zijn vanaf 2013. En dit alles op een duurzame wijze: er is nu een enorme kans om over te gaan van een wereld van ‘boosheid, angst en angstaanjagende veranderingen naar een wereld van open-minded, wij-denken en verantwoordelijkheid’ (vrij naar Noreena Hertz, 2009).
- Strategie 1: oplossen van het wereld energievraagstuk door het in Nederland aanwezige talent beter op te leiden en internationaal aan het werk te zetten. Duurzame energietechnologie komt op alle scholen als vast onderdeel van het lespakket. Daarnaast investeren burgers en bedrijven wereldwijd in “biomassa op niet-vruchtbare gebieden” om zelf verzekerd te zijn van energie. Dit zorgt voor een beter klimaat en grotere werkgelegenheid in alle werelddelen rondom de evenaar, schonere lucht in de steden en een groter wereldwijd energieaanbod.
- Strategie 2: In 2040 zijn er 400 steden van meer dan 10 miljoen inwoners. Zonder schone energie is de lucht in deze steden zeer ongezond. Ook is voedsel is in deze regio’s schaars. De “Randstad Nederland” kan een goed voorbeeld zijn van een schone wereldstad. Veel groen, eten verbouwen in energie en water leverende kassen. Deze Randstad en haar “forensensteden” – die allen op minder dan 2 uur van een Randstad liggen – draaien op schone energie vóór 2030. Dit zorgt voor werkgelegenheid en vermeden uitgaven van 14 miljard euro1.
Middelen
- Gebruik talenten van alle mensen aanwezig in Nederland en gebruik de financiële middelen van de mensen die willen investeren. In 2009 zijn er 6 miljard mensen op de wereld: 1 miljard is in staat te investeren, 1n miljard verdient te weinig om voor een minimumbestaan te kunnen zorgen voor zichzelf en/of hun kinderen. De investerende één miljard zet de andere 1 miljard aan het werk. De 175 nationaliteiten in Nederland gaan hun netwerk en talent gebruiken om deze wereldwijde beweging op gang te krijgen.
- Zorg voor een schone Randstad door vanaf 2030 alleen toegankelijk te zijn voor schoon vervoer, energieproducerende gebouwen en een schone industrie. Het middel is decentrale energieopwekking. Zon zorgt voor warmte en elektra, wind voor elektra en de aarde voor koeling en warmte. Als de energie lokaal wordt opgewekt stijgt ook de energie-efficiency omdat de eindgebruiker door een gestegen bewustzijn hierdoor zelf minder energie verspilt (anders word je door de buren niet serieus genomen als je wel een zonnepaneel hebt (levert één00 Watt per uur) en geen zuinige ijskast (kost 200 Watt per uur).
Stappenplan
-
Lessen op lagere scholen t/m technische universiteiten bestaan voor een vierde uit kennis over energietechnologie.
-
Wereldwijde energieprogramma’s opzetten met mensen uit de landen rondom de evenaar en mensen die in ontwikkelingsorganisaties werken.
- Investeringsbrochures maken die toegankelijk zijn via het internet. Er wordt een systeem opgezet om de opgewekte schone energie te kunnen volgen van bron naar bestemming. Zo waarborgen we dat het geld van de investeerder in bijvoorbeeld Nederland terecht komt bij de landbouwgrond in bijvoorbeeld Mali. Nederlanders en de andere één miljard investeerders wereldwijd kunnen we zo informeren over de investeringsmogelijkheden en de rendementen.
-
Grootschalig stimuleren van het opwekken van schone energie.
Conclusie
Internet is uitgevonden in 1957, in 1974 gelanceerd en in 2009 wereldwijd beschikbaar voor iedereen. Het eerste zonnepaneel werd in 1960 in Europa in elkaar gezet. Ook deze techniek is klaar om een wereldwijde revolutie te bewerkstelligen. Schone energie is onbeperkt beschikbaar. Iedereen op de wereld wordt binnen 30 jaar een speler op de wereldmarkt van energie.
1 vergelijk Texel: een eigen energiebedrijf op Texel scheelt de daar wonende 2000 huishoudens 2.000 maal 1800 euro per jaar aan kosten, een kleine 4 miljoen euro. Een groot deel van deze €4 miljoen wordt besteed aan lokale werkgelegenheid en productie van energie.



